Kinderergotherapie PDF Print E-mail


Elk kind ontwikkelt zich op zijn manier, in zijn eigen tempo. Soms verloopt de ontwikkeling van kinderen niet altijd op alle gebieden vanzelfsprekend. Hierdoor kan een kind problemen hebben in allerlei dagelijkse activiteiten. Het kind heeft bijvoorbeeld moeite met aan- en uitkleden, schrijft slordig, is onhandig met eten of kan niet goed spelen. De ergotherapeut onderzoekt waarom het kind hiermee moeite heeft.


Voor welke kinderen?
De ergotherapeutische behandeling richt zich op kinderen die moeite hebben met het uitvoeren van praktische handelingen, de motoriek en/of verwerking van zintuiglijke prikkels. Dit tengevolge van aangeboren of verworven afwijkingen/aandoeningen, zoals hersenbeschadiging of andere neurologische verstoringen, jeugdreuma, spina bifida, syndroom van Down, Erbse parese. Kinderen met leer- en gedragsproblemen en baby's die te vroeg geboren zijn of lange tijd in de couveuse verbleven.


Welke problemen? 

  • Kinderen die problemen hebben met spelen, die spullen kapot maken, het liefst alleen zijn of met veel jongere kinderen spelen en/of snel ruzie maken;

  • Coördinatie of planningsproblemen, zoals onhandige en chaotisch kinderen; 

  • Problemen met fijnmotorische activiteiten zoals het tekenen, knutselen of schrijven; 

  • Kinderen die moeite hebben met ruimtelijke oriëntatie en visuele waarneming; 

  • Problemen met zelfstandig uitvoeren van activiteiten zoals uit- en uitkleden, brood smeren, veters strikken, speelgoed opruimen en tas inpakken;

  • Tactiele problemen zoals het weigeren van douchen, nagels knippen, tanden poetsen, bepaalde kleding dragen, altijd schone handen willen hebben en niet met verf of andere materialen willen spelen; 

  • Concentratie en aandachtsproblemen; 

  • Motorische onrust, kinderen die altijd in beweging zijn.


Hoe ziet de behandeling er uit?

Vooronderzoek
Als u een (telefonische) afspraak maakt, wordt er direct geïnformeerd wat de hulpvraag of het probleem is. Als er eventueel een ziektebeeld bekend is, zou het prettig zijn als dat ook doorgegeven wordt. Hierdoor kan het eerste onderzoek beter afgestemd worden op uw kind, en kan zo nodig extra informatie opgezocht worden.

Observeren
Voordat een behandeling echt start, wordt er een observatie of test gedaan. Deze gegevens geven inzicht in het handelen van het kind en de problemen die daaruit voortkomen. De uitkomsten van de observatie worden schriftelijk uitgewerkt en met de ouders en eventueel andere betrokkenen doorgenomen. Tijdens dit gesprek zal bekeken worden of ergotherapie zinvol is voor uw kind. Tevens wordt overlegd of er contact op mag worden genomen met leerkrachten, ambulante begeleiders, artsen en/of andere betrokkenen om de resultaten van de behandeling op alle plaatsen waar het kind zich bevind door te voeren.

Behandelen
Een ergotherapeutische behandeling is altijd individueel en duurt ongeveer 30 tot 45 minuten. Indien noodzakelijk kan deze aan huis of op school plaats vinden. Een behandeling kan bestaan uit het trainen en begeleiden van praktische vaardigheden en de motorische en zintuiglijke ontwikkeling van uw kind te stimuleren. Tijdens het behandelen wordt gebruik gemaakt van spel-, ontwikkelings- en praktisch materiaal. Voor het resultaat van de behandeling is het belangrijk dat het kind plezier heeft in wat het doet. Er wordt gekeken bij welk materiaal het kind zich prettig voelt. De oefeningen worden zo leuk mogelijk gemaakt. Het uiteindelijk doel is om de dagelijkse activiteiten van uw kind te verbeteren.

Adviseren
Naast de behandelingen worden er adviezen gegeven aan ouders, leerkrachten en andere betrokkenen over adequate begeleiding van uw kind. Wanneer het moeilijk is om een dagelijkse handeling uit te voeren, dan kan dit soms gemakkelijker worden gemaakt door middel van een hulpmiddel. Een ergotherapeut bekijkt of een hulpmiddel nodig is en zo ja, welk hulpmiddel. Zo kan een speciale lepel, aangepaste schaar of een penverdikker zinvol zijn. Een ergotherapeut kan ook adviseren over aanpassingen en voorzieningen. Je kunt dan denken aan woningaanpassingen en een kinderrolstoel, maar ook aan het zitten op een bal in de klas en een tafel met een schuin werkblad.

Evaluatie
Aan het einde van de behandeling wordt er geëvalueerd of er vooruitgang zichtbaar is. Aan de hand hiervan wordt besloten of meer ergotherapie raadzaam is of niet. Tevens worden de bevindingen kort gerapporteerd naar de verwijzende huisarts of specialist.


Voorbeelden

Joost zit sinds een paar maanden in groep 3 van de basisschool. Hij gaat nu leren schrijven. Al snel blijkt dat Joost het moeilijk vindt om zijn pen goed vast te houden en om kleinere lettertjes te schrijven, ook zegt hij dat zijn vingers pijn doen wanneer hij schrijft.
Allereerst zal de ergotherapeut erachter proberen te komen waar bij Joost het probleem zit. Misschien is zijn fijne motoriek nog niet ver genoeg ontwikkeld om al te leren schrijven. Dit zal ze doen door Joost een stukje te laten schrijven en hem te observeren. Ook zal Joost opdrachtjes krijgen waarvoor hij een goed ontwikkelde fijne motoriek nodig heeft. Als de ergotherapeut erachter is, wat het probleem is, zal ze met Joost oefeningen gaan doen. Deze oefeningen kunnen bij iedereen anders zijn, omdat er verschillende oorzaken kunnen zijn. Dit kunnen oefeningen zijn om de fijne motoriek te stimuleren of om Joost te leren hoe hij in een goede houding kan zitten wanneer hij schrijft.

Rens kan moeilijk stilzitten in de klas en is snel afgeleid. Een opdracht geconcentreerd afmaken is ook moeilijk voor hem. Het schrijven is een groot probleem.
De therapeut heeft hem onderzocht. Nu bezoekt hij een keer per week een uur een praktijk in zijn woonplaats gericht op sensorische integratie. De therapeut werkt aan de sensorische integratie van Rens door middel van spel. Bijv. Rens is een brandweerman op een rola als brandweerauto en met scheerschuim gaat hij het vuur uitmaken. Voor een goed resultaat is het belangrijk dat de leerkracht en de ouders van Rens bij de behandeling betrokken worden. Rens heeft nu een zitbal in de klas, zodat hij zich beter kan concentreren tijdens de les. Daarnaast heeft de therapeut aan de leerkracht en de ouders oefeningen meegegeven, zodat zij Rens in een betere staat van alertheid kunnen krijgen. Rens heeft waarschijnlijk een stoornis in de sensorische integratie. Vraagt u zich af of uw kind problemen heeft ten gevolge van een stoornis in de sensorische integratie dan kunt u de korte vragenlijst bekijken. Indien u uw kind herkent in een aantal vragen van de vragenlijst, dan kan dat reden zijn om contact op te nemen met een kinderergotherapeut.

 
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Reclame

online adverteren www.m4n.nl