|
Op basis van de mogelijkheden en eigen inbreng van de cliënt stelt de ergotherapeut een programma op om te bewerkstelligen, dat de hulpvrager de meest normale alledaagse handelingen opnieuw, op een aangepaste manier of met hulpmiddelen kan verrichten. Bijvoorbeeld een jas dichtknopen, boodschappen doen, het bereiden van de warme maaltijd, een douche nemen, opstaan uit een stoel, schrijven, tuinieren, het gebruik van de telefoon, een spelletje doen; allemaal activiteiten die een ergotherapeut met de hulpvrager traint, bij voorkeur in de vertrouwde thuisomgeving. Therapie op maat dus. Ook vinden er behandelingen plaats op de praktijk, op het werk of op school.
De ergotherapeutische behandeling wordt onderverdeeld in een drietal producten: Diagnostiek Eerst worden er gegevens verzameld door middel van bijvoorbeeld observatie van activiteiten, onderzoek, afname van tests en het voeren van gesprekken. Dan wordt een ergotherapeutische diagnose opgesteld. Samen met de cliënt wordt bekeken welke dagelijkse handelingen / activiteiten op het gebied van zelfredzaamheid, productiviteit en ontspanning, die belangrijk zijn voor de cliënt, problemen opleveren. Er worden doelen opgesteld in overleg met de cliënt.
Na deze gegevensverzameling wordt er door de ergotherapeut bekeken welke mogelijkheden er bestaan om de door de cliënt aangegeven problemen in het dagelijks handelen op te lossen of te verminderen. De behandeling kan beginnen. Zonodig vindt er overleg plaats met de verwijzer of ander (para)medische behandelaars / verzorgers. Trainen en begeleiden Door middel van training en begeleiding worden niet of slecht ontwikkelde vaardigheden of vaardigheden die door ziekte of trauma zijn aangedaan getraind/begeleid. De interventies van de ergotherapeut zijn gericht op ontwikkeling, herstel of voorkomen van toename van stoornissen en/of verminderen van beperkingen.
Voorbeelden: Arm/handfunctietraining, zoals eenhandig boterham smeren Cognitieve training, zoals trainingen op het gebied van concentratie, begrip, taal, rekenen Het trainen van transfers, bijvoorbeeld het overschuiven van rolstoel naar bed Het (opnieuw) leren van vaardigheden op het gebied van zelfverzorging, huishouden, hobby’s en werk
Advies en instructie (van voorzieningen, hulpmiddelen en aanpassingen)
De therapie richt zich op het benutten van de aanwezige mogelijkheden van een cliënt en van zijn fysieke en sociale omgeving. Het gaat om het (leren) leven met een tijdelijke of blijvende stoornis en/ of beperking. Advies en instructie wordt gegeven aangaande hulpmiddelen, voorzieningen, (woning-)aanpassingen, zodat cliënten in staat worden gesteld (weer) optimaal te functioneren. De ergotherapeut kan ook advies en instructie aan de (professionele) verzorger van de cliënt geven, zodat de (professionele) verzorger adequate zorg of begeleiding aan de cliënt kan bieden en hierdoor het functioneren van de cliënt wordt bevorderd.
Voorbeelden: Het verstrekken van informatie over bestaande voorzieningen, hulpmiddelen en aanpassingen. Het aanvragen van de benodigde voorziening of aanpassing bij de desbetreffende instantie (gemeente of zorgverzekeraar) Het geven van instructie aan bijvoorbeeld mantelzorgers hoe ze hulp moeten bieden bij het maken van een transfer met de cliënt door middel van een tillift. Instructie bij het gebruik van hulpmiddelen, zoals kousaantrekker, reumapen, enz. Advisering en instructie m.b.t. voorzieningen en aanpassingen in het kader van Wet maatschappelijke ondersteuning, zoals rolstoel, elektrische rolstoel, scootermobiel, driewielfiets, douche/toiletstoel, traplift, woningaanpassing enz. Advisering en instructie m.b.t. voorzieningen in het kader van Regeling hulpmiddelen, zoals loophulpmiddelen, aangepaste stoel, hoog/laag bed, trippelstoel enz.
|